Djamila Schans

Ismael el-Mourabet, een 18-jarige Amsterdamse Marokkaan, beziet zijn toekomst én die van zn ouders. De vraag is: stop je je ouders straks in een bejaardenhuis of draag je je eigen verantwoordelijkheid? Het bejaardenhuis is geen optie: Je ouders geven je het recht te leven en te ademen. Je kan onmogelijk een gelukkig leven leiden als je je ouders laat stikken.

De intentie is oprecht, denkt Djamila Schans. Wat ervan terechtkomt, moet ze nog zien. Schans promoveerde gisteren aan de Universiteit Utrecht tot doctor in de sociale wetenschappen. Ze onderzocht daarvoor opvattingen van duizenden volwassen autochtonen en allochtonen over verplichtingen aan hun ouders. Je verwacht een duidelijke scheidslijn tussen individualistische Nederlanders en collectivistische niet-westerse allochtonen. In de praktijk ligt dat veel genuanceerder.

Veel allochtone Nederlanders huldigen nog opvattingen uit het land van herkomst over de zorg voor ouders. In tegenstelling tot autochtonen vinden ze dat volwassen kinderen hun ouders geregeld horen te bezoeken, te verzorgen als ze ziek zijn, of in huis moeten nemen. Dat geldt met name voor Turken en Marokkanen, oud en jong. Maar het verwatert naarmate de kinderen vernederlandsen.

En nu dringen zich vragen op. Moet je bekijken of je institutionele en familiezorg kunt combineren? Passen oudere allochtonen in ons oudedagssysteem? Moeten we extra bejaardenhuizen bouwen?

Onderschatting van de kwestie ligt op de loer, meent Schans, want op dit moment is nauwelijks sprake van een probleem. In 2003 telde Nederland slechts 117.000 niet-westerse immigranten ouder dan 55 jaar. Maar in 2020 zijn het er al ruim 350.000, zes procent van alle ouderen in Nederland. En dit aandeel zal vele malen groter zijn in de grote steden, waar de immigranten zich concentreren.

Het is onvermijdelijk. Voor oudere allochtonen zal veel meer opvang nodig zijn, zegt Schans. De institutionele reactie is echter gering. Ook betrokken groepen denken er weinig over na. Ze schuiven het vooruit: dat zien we straks wel.

Sevilay Atasever (39), Amsterdamse van Turkse afkomst, illustreert Schans bevindingen. Toen opa in Turkije hulpbehoevend werd, namen haar ouders hem op in hun Amsterdamse woning. Inmiddels zijn haar ouders 67. Ze wonen zelfstandig, maar haar reumatische moeder heeft hulp nodig. Sevilay Atasever geeft die steun, samen met broers en zussen, na slechte ervaringen met thuiszorg. Het ging soms om kleine dingen, maar wel belangrijk. Bij ons doe je je schoenen uit als je in huis komt, bijvoorbeeld. En ze stuurden een man om mijn moeder te helpen douchen. Dat wilde ze niet.

Rijst de vraag of de ouders straks bij een van de kinderen intrekken. Het is niet meer vanzelfsprekend, weet Atasever. Zolang je ouders zelfstandig wonen, deel je de zorg. Maar daarna komt het op één persoon neer. De kinderen hebben er onderling nog niet over gesproken.

Over haar eigen toekomst is ze glashelder. Ik heb me erop ingesteld dat ik naar een verzorgingshuis ga. Iedereen werkt, iedereen is druk. Haar eigen moeder werkte niet, en die had de hulp van kinderen bij de opvang van opa. Zelf is ze ondernemer. En mijn eigen dochter is nog ambitieuzer. Zij krijgt het nog drukker.

Volgens Schans ondergraven diverse factoren de traditionele zorg voor ouderen uit niet-westerse culturen. Allochtonen raken beter opgeleid, de beheersing van de moedertaal verslechtert, vrouwen gaan aan het werk, ze wonen verder van hun ouders. En Nederlandse huizen zijn niet gebouwd voor grote families.

Haar familie, zegt Atasever, ziet het nog steeds als plicht ouders te ondersteunen. Maar de kinderen hoeven niet alle zorg op zich te nemen. Je kán hulp vragen. Dan zou het winst zijn als de zorgsector beter leert omgaan met allochtone ouderen, vindt ze. De vergrijzing neemt toe, en de Amsterdamse bevolking bestaat over een tijdje voor 70 procent uit mensen uit niet-Nederlandse culturen.

Schans benadrukt die noodzaak. Ze wijst erop dat allochtonen, net als autochtone Nederlanders, zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Maar ze komen eraan. Bekend is dat de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van oudere allochtonen slechter is dan die van Nederlanders. Veel allochtone 55-plussers zitten in de WAO. Daarbij komt dat ze vaak geen volledig ouderdomspensioen hebben opgebouwd - wie later in Nederland komt, bouwt minder AOW op. Ze hebben dus minder geld, maar meer steun nodig.

Harry Mertens, senior projectleider leefbaarheid en sociale samenhang bij het Utrechtse bureau Movisie, is somber over de verzorging van oudere allochtonen. We doen nu gewoon te weinig. Hij kent goede initiatieven in wijken met hoge concentraties allochtonen, waar veel van te leren valt. Maar het gaat te traag. Er zouden veel meer van dit soort initiatieven in veel meer wijken moeten komen.

Volgens Mertens begint goede zorg voor allochtone ouderen lokaal: door thuiszorg of in de wijk. Dan zie je het, als er meer of andere zorg nodig is. Zaak is ook te laten zien dat mensen beter af zijn door gebruik van die zorg. Kinderen schamen zich soms, er is veel schuldgevoel. En oudere allochtonen zelf vragen niet snel een buitenstaander om hulp - uit onwennigheid, door taalproblemen en omdat ze de mogelijkheden niet kennen.

Met verontwaardiging stelt Mertens vast dat het Sociaal en Cultureel Planbureau zojuist het Verklaringsmodel verpleging en verzorging 2007 uitbracht, dat oudere allochtonen negeert. Turken en Marokkanen maken weinig gebruik van thuiszorg, verzorgingshuis- of verpleeghuiszorg, staat er. En toekomstig zorggebruik is moeilijk te voorspellen omdat er weinig oude allochtonen zijn. Het SCP: Omdat het zorggebruik pas echt toeneemt vanaf 75-plus, zal het nog wel enige tijd duren voordat allochtonen substantieel gebruik gaan maken van AWBZ-voorzieningen.

Bizar, meent Mertens. Veel oudere allochtonen halen de 75 niet. Die hebben veel eerder zorg nodig. Maar ja, de groep is bescheiden, hè. In omvang en aard. Oudere migranten slopen geen bushokjes. Terwijl er over tien jaar 300.000 tot 400.000 zijn, wordt het probleem ontkend.

Het SCP-rapport tekent wat Mertens betreft de situatie: Ook in de laatste notas van het Rijk over ouderenzorg staat maar een flard over allochtonen. En Vogelaar richt zich in haar integratienota vooral op jongere allochtonen. Ze benoemt de oudere allochtoon in een bijlage, maar toont op dit punt geen visie, geen ambitie. Daar had best een zinnige paragraaf aan gewijd kunnen worden.

 

NRC, 08-12-2007, door Hans Wammes


 

Dat kinderen van immigranten hun oude ouders verzorgen is niet vanzelfsprekend.
Wat doet Nederland straks met honderdduizenden allochtone senioren die zorg nodig hebben?

Oudere migranten slopen geen bushokjes

Institutionele zorg maakt zich nog nauwelijks druk over golf allochtone senioren