De Familie Doorsnee gaat zijn gangetje


De boekwinkels liggen vol met Bridget Jones en andere chick lit. In soaps wordt volop gescheiden, hertrouwd en weer vreemd gegaan en de damesbladen schrijven over mannen en vrouwen die aan een tweede of zelfs derde leg zijn begonnen. Het aloude standaardgezin, de Familie Doorsnee, lijkt te hebben plaats gemaakt voor een bonte variëteit aan leefvormen.
De onderzoekers van de Netherlands Kinship Panel Study (een samenwerkingsverband van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut en de universiteiten van Utrecht, Amsterdam en Tilburg) willen in kaart brengen in hoeverre het Nederlandse familieleven is veranderd door ontwikkelingen als individualisering, deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt en het groeiend aantal echtscheidingen. Inmiddels zijn 160 interviewers op bezoek geweest bij 9600 respondenten. Daarnaast werden nog eens dertienduizend schriftelijke vragenlijsten verzameld. Volgende week wordt in Den Haag een congres gehouden over de voortgang van het project.

De eerste conclusies zijn opmerkelijk
. De Familie Doorsnee heeft de individualisering goed doorstaan. De Nederlandse echtscheidingscijfers zijn minder hoog dan die in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Verreweg de meeste mensen trouwen en krijgen kinderen. Meer dan de helft van alle volwassen kinderen ziet zijn ouder(s) minstens één keer per week. De variëteit in relatievormen neemt weliswaar toe, maar lang niet zo sterk als de onderzoekers verwachtten toen ze in 2000 aan de studie begonnen. De 'gewoonheid' van het Nederlandse familieleven heeft ze toch een beetje verrast.
'Misschien hebben we ons wat laten meeslepen door de media die geneigd zijn de extremen te belichten', zegt projectleider dr. Pearl Dykstra, onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en hoogleraar verwantschapsdemografie aan de Universiteit Utrecht.
'Waarschijnlijk heeft het ook te maken met het kringetje waarin wij zelf bewegen: hoog opgeleid, in het westen van het land. Het mooie van onze studie is dat zij heel Nederland bestrijkt, van Zuid-Limburg tot de Waddeneilanden. Dan krijg je een heel ander beeld, veel minder spectaculair. Zelf wilde ik onderzoeken hoe het kinderen vergaat wier ouders nooit getrouwd zijn. In Engeland blijken zulke kinderen het minder goed te doen dan kinderen van getrouwde ouders. Maar er zaten simpelweg niet genoeg van zulke kinderen in de studie om een analyse te maken.'
De Bridget Jones- en met hun chaotische liefdesleven bestaan wel, maar ze vormen een heel kleine groep. 'Het is een erg grootsteeds fenomeen, dat in Nederland vooral in Amsterdam voorkomt. Het is wel een groep die gemakkelijk toegang tot de media heeft en voor een deel ook zelf in de media werkt. Mede daardoor krijgen zij veel aandacht', zegt Dykstra.
Uit onderzoek naar attitudes blijkt echter dat het ideaal van een huwelijk met kinderen onverminderd populair is. Ook de meeste singles dromen, net als Bridget Jones overigens, van een vaste relatie. Wel krijgen sommige vrouwen geen kinderen, omdat ze het aangaan van vaste banden lang uitstellen. Tegen de tijd dat ze kinderen willen, zijn ze minder vruchtbaar of hebben ze nog geen geschikte partner gevonden.
De grote meerderheid van de bevolking kiest echter voor een betrekkelijk traditioneel bestaan. Van de veertigers is ruim 70 procent getrouwd en woont nog eens 10 procent samen. Vroeg of laat krijgt 85 procent van Nederlanders een of meer kinderen. Doorgaans bij één partner. Slechts 3 procent van de mensen begint aan de fameuze 'tweede leg'.

Scheidingen. De NKPS relativeert zelfs het aantal echtscheidingen. Volgens het CBS eindigt 1 op de 3 huwelijken in een echtscheiding. Maar omdat sommige mensen meerdere malen scheiden, is de kans op een scheiding voor ieder afzonderlijk individu lager. Bovendien scheiden mensen met kinderen minder vaak. Van de kinderen tot 21 jaar heeft 1 op de 6 een scheiding meegemaakt. De meeste kinderen groeien dus op bij hun biologische ouders. Dykstra: 'Natuurlijk is het aantal echtscheidingen in de loop der jaren toegenomen, maar de cijfers liggen lager dan in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië, waar 1 op de 2 huwelijken beëindigd wordt.' Hieruit kan overigens niet zonder meer worden geconcludeerd dat Nederlanders standvastiger zijn. 'In de VS trouwen mensen gemakkelijker, ook op jonge leeftijd. In Nederland wonen veel mensen eerst samen, en trouwen ze pas als er kinderen komen', zegt Dykstra. Zulke relaties zijn relatief broos: 40 procent van de mensen die ooit samenwoonden heeft een relatie zien sneuvelen.
'Veel gezinsonderzoek is gericht op gezinnen met kleine kinderen. Maar die periode duurt heel kort. De tijd dat je volwassen bent en nog levende ouders hebt, is voor de meeste mensen veel langer', zegt Dykstra .
De verplichte zondagmiddag bij oma zal voor de meeste mensen zijn afgeschaft, maar kinderen en ouders verwaarlozen elkaar allerminst. De meeste kinderen (81 procent) en ouders (90 procent) vinden dat ze 'goed' contact hebben. Hoger opgeleiden hebben minder vaak contact met hun ouders dan lager opgeleiden, ook omdat zij gemiddeld verder van het ouderlijk huis wonen. Zij zijn echter niet minder tevreden over de kwaliteit van het contact. Wel voelt één op de acht kinderen zich een 'zwart schaap' in de familie. Deze zwarte schapen komen relatief vaak voor in kwetsbare groepen, en vooral onder alleenstaande moeders met een laag inkomen.
Het intensiefste contact wordt, niet geheel verrassend, onderhouden door moeders en dochters. Zij hebben 40 procent meer ontmoetingen per jaar dan vaders en zonen. Het verschil in telefoonverkeer is meer dan 90 procent. Problematisch is de positie van gescheiden vaders: ruim een kwart heeft de afgelopen twaalf maanden geen contact gehad met ten minste één kind.
De gedachte dat de Familie Doorsnee meer en meer plaats maakt voor een bonte variëteit aan leefvormen is mede gevoed door ideologie. In de jaren zeventig gold het traditionele gezin als onderdrukkend en achterhaald. Het zou, in de fameuze woorden van socioloog Iteke Weeda, meer en meer plaats maken voor 'knuffelnetwerken'.
In het huidige, conservatievere klimaat is het gezin weer helemaal terug als onmisbare drager van normen en waarden. Maar de conservatieve visie op de toestand van het gezin is uitgesproken pessimistisch: de individualisering en de culturele revolutie van de jaren zestig hebben het gezin stelselmatig ondermijnd. De NKPS laat zien dat beide uitersten niet kloppen. De meeste Nederlanders leiden een heel gewoon, tamelijk rustig en zelfs behoorlijk stabiel familieleven. 'We zien de complexiteit wel groeien, maar langzaam. We benadrukken vooral het gewone, het gemiddelde, net als het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat is een bewuste keuze', zegt Dykstra.
De onderzoekers van de NKPS willen daarmee niet alleen tegenwicht bieden aan de media, maar ook aan de sociale wetenschappen zelf, die soms trekken van een probleem-industrie vertonen. Veel sociaal-wetenschappelijk onderzoek wordt verricht in opdracht van instanties die zich bezighouden met het bestrijden van maatschappelijke problemen. Die hebben er belang bij om problemen zo ernstig mogelijk voor te stellen. Hoe nijpender de kwestie, hoe groter de kans dat er extra geld voor wordt uitgetrokken.

Onzeker.
De verdere financiering van de NKPS is overigens nog onzeker. Het omvangrijke onderzoek is voor een groot deel gefinancierd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), uit een potje dat normaliter bestemd is voor de aanschaf van dure apparatuur voor de natuurwetenschappen. Aan het project doen nu honderd promovendi en onderzoekers mee. Door de invoering van de flexwet zijn interviewers voor het veldwerk echter 70 procent duurder geworden. Dykstra probeert het gat in de begroting nu weg te werken met bijdragen van NWO, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de participerende instellingen.
Het zou zonde zijn als de schaal van het project verkleind zou moeten worden uit geldgebrek, zegt Dykstra. De invloed van maatschappelijke ontwikkelingen op het familieleven blijft een onverminderd interessant onderwerp. Zo willen de onderzoekers de komende tijd bekijken of de impact van een echtscheiding voor kinderen minder wordt.
Dykstra: 'Daar zijn aanwijzingen voor. Het stigma van een scheiding is minder geworden en alleenstaande moeders hebben veel vaker dan voorheen een goede opleiding en een baan.'